Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2018

Onder 1 Hoge Raad 9 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1875.

Getuige [getuige 1] heeft onder meer verklaard dat ze op het moment van het incident twee kamers verderop als kraamverzorgster aan het werk was. Ze werd gebeld door aangeefster. Aangeefster huilde en vroeg of ze direct wilde komen. Op de gang zag ze verdachte, zijn zus en haar vriend staan. Verdachte zag er opgefokt uit, hij stond daar met wilde ogen. Toen ze de kamer van aangeefster binnenkwam zag ze dat aangeefster een dik oog had, dat haar jukbeen was opgezet en dat ze een dikke bovenlip had. Ook had ze bloed in haar gezicht. Getuige is direct naar haar kantoor gegaan en heeft de beveiliging gewaarschuwd. Toen ze op de gang kwam zag ze dat verdachte, zijn zus en haar vriend weg waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c112efa5ed95ee4004ffde3187f350eb9e1a068f83fb5f0e8a61cc0bcefad3d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c112efa5ed95ee4004ffde3187f350eb9e1a068f83fb5f0e8a61cc0bcefad3d6, en de alinea staat in dat document op bytes 9889 tot 10598.