Citaat | Hoge Raad 13 februari 2018

Onder 2.2.3. Hoge Raad 13 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:189.

De raadsman heeft zich achter de gevorderde vrijspraak geschaard, met de kanttekening dat daartoe in zijn ogen reeds moet worden beslist op grond van de inhoud van de verklaringen van aangeefster. Volgens hem heeft aangeefster zo inconsistent verklaard dat de verklaringen als onvoldoende betrouwbaar terzijde moeten worden gesteld. De raadsman verwijst in dat kader ook naar het zedendelict waarvan aangeefster op achtjarige leeftijd slachtoffer is geworden en dat zij nog niet zou hebben verwerkt. Hij heeft zich bovendien op het standpunt gesteld dat het voor het bewijs gebruiken van die verklaringen in strijd zou zijn met het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, omdat de verdediging in hoger beroep niet opnieuw de gelegenheid heeft gekregen om haar als getuige te horen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32, en de alinea staat in dat document op bytes 36232 tot 37066.