Citaat | Hoge Raad 13 februari 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:189.

"Ik doe aangifte van seksueel misbruik gepleegd door een collega/vriend van ons pap. Hij heet [verdachte] . [...] Vanaf mijn 15 jaar. We hebben [verdachte] een tijdje niet gezien. [...] Op de 8e verjaardag van mijn broertje kwam [verdachte] ook. Dat was de eerste keer dat ik hem weer zag. Hij zei dat hij het echt leuk vond om me weer te zien. Hij zei dat ik een mooi meisje was geworden. Ik kreeg op een gegeven moment een wijntje van hem en hij bleef maar bijschenken. Ik was op een gegeven moment een beetje aangeschoten en hij vond dat wel leuk. [...]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32, en de alinea staat in dat document op bytes 10634 tot 11203.