Citaat | Hoge Raad 13 februari 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 februari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:189.

Wat ik zo erg vond, is dat iedereen er bij was en hij dat toch kon doen zonder dat iemand het zag. Het water was troebel waardoor niemand kon zien wat hij deed. Als er iemand voorbij kwam, dan deed hij alsof hij mij aan het kietelen was of aan het soppen was. Dat was in de zomer van 2006 of 2007 volgens mij. [...] Het [was] in de zomervakantie [en] daarna ben ik niet meer samen met mijn ouders op zomervakantie geweest op een camping. [...] Dat was [op] camping " [A] " in [plaats] (hof: destijds gelegen in de gemeente Graafstroom)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32, en de alinea staat in dat document op bytes 21758 tot 22308.