Citaat | Hoge Raad 13 februari 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:189.
"Hij pakte mijn rechterhand en deed deze in zijn broek en toen vouwde hij mijn hand open en vouwde deze vervolgens over zijn piemel heen. Hij legde zijn hand op mijn hand welke zijn piemel vast had en bewoog mijn hand op en neer. Ik zat in de woonkamer op de bank. [...] Toen ik met mijn hand op en neer bewoog, werd [zijn piemel] stijf. [...] Toen stond hij ineens op en toen ging hij voor mij staan en deed hij zijn broek een stuk omlaag. Hij zei: "Ik wil dat je me pijpt". Ik zei: "Ik wil dat niet" en hij zei: "Ik wil dat wel". Hij pakte mijn hoofd vast en hij duwde zijn piemel in mijn mond. Hij zei: "Ik wil dat je er aan likt, aan zuigt." [...] Dat heb ik toen gedaan. [...] Hij had toen 1 hand achter op mijn hoofd liggen en [...] daarmee gaf hij af en toe een duwtje. [...] Toen hij zijn piemel in mijn [mond] stopte, zei [hij] dat ik moest likken en zuigen, toen ben ik dat gaan doen zoals ik ook wel eens aan een lolly sabbelde."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32, en de alinea staat in dat document op bytes 27064 tot 28017.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c5feaf242f5253d535681a8f742ffddcf353f1e5256c62fcb98098f4e2e3b32 | shasum -a 256