Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2018

Onder 2.3.3. Hoge Raad 12 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1895.

Het Hof heeft alle door belanghebbende aangevoerde omstandigheden voor strafvermindering verworpen. De klachten slagen voor zover zij inhouden dat het Hof ten onrechte niet als strafverminderende omstandigheid in aanmerking heeft genomen de door belanghebbende naar voren gebrachte omstandigheid dat haar belastingschulden ruim € 100.000 belopen. De financiële positie van een belastingplichtige wordt mede bepaald door diens verplichting belastingschulden te betalen. Het karakter van deze schulden vormt geen grond om dit element van zijn draagkracht buiten beschouwing te laten bij de bepaling van de proportionaliteit van een boete (vgl. HR 28 maart 2014, nr. 13/00279, ECLI:NL:HR:2014:685, rechtsoverweging 3.3.4). Het oordeel van het Hof, dat klaarblijkelijk berust op de opvatting dat het bestaan van belastingschulden nimmer een matigende rol kan spelen bij de beoordeling van de hoogte van een opgelegde boete, getuigt in zoverre van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76e13bb34004a2737b7faae1508f765f43f3a28606efb4c0a9c20dbe01b0c114. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76e13bb34004a2737b7faae1508f765f43f3a28606efb4c0a9c20dbe01b0c114, en de alinea staat in dat document op bytes 8458 tot 9446.