Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2018
Onder 3.4.1 Hoge Raad 12 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1899.
Volgens vaste rechtspraak geldt dat indien een derde aan een naamloze of besloten vennootschap vermogensschade toebrengt door een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een contractuele verplichting jegens de vennootschap of door gedragingen die jegens de vennootschap onrechtmatig zijn, alleen de vennootschap een vordering heeft tot vergoeding van deze schade. In beginsel komt aan een of meer houders van aandelen in de vennootschap niet een vordering toe tot vergoeding van schade bestaande in vermindering van de waarde van hun aandelen of gemiste koerswinst die het gevolg is van de vorenbedoelde tekortkoming of onrechtmatige gedraging jegens de vennootschap (zogeheten afgeleide schade). Op deze regel kan een uitzondering worden gemaakt indien sprake is van een gedraging die specifiek onzorgvuldig is jegens de aandeelhouder. Zie onder meer HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1564, NJ 1995, 288 (Poot/ABP), rov. 3.4.3, en HR 15 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2443, NJ 2001/573 (Chipshol/Coopers&Lybrand), rov. 3.4.2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/908b95e504582eac25906339628c76e6620e13c087b5d8bd85fb434267ec4d8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 908b95e504582eac25906339628c76e6620e13c087b5d8bd85fb434267ec4d8f, en de alinea staat in dat document op bytes 17890 tot 18966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/908b95e504582eac25906339628c76e6620e13c087b5d8bd85fb434267ec4d8f | shasum -a 256