Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2018
Onder 4.1.2 Hoge Raad 12 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1900.
In art. 2:298 lid 1 BW, art. 2:299 BW en art. 2:21 lid 4 BW is niet in het algemeen vermeld wie tot de belanghebbenden in de zin van deze bepalingen zijn te rekenen. Dit moet uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen worden afgeleid. Bij de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, zal een rol spelen in hoeverre deze door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang, of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen. (Vgl. HR 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8290, NJ 2007/45, rov. 3.4.2.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4f3fa1150636f71e0e5e9b39f30813dd0ca06b2db1a98cffbdc9fb33a4c3096. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4f3fa1150636f71e0e5e9b39f30813dd0ca06b2db1a98cffbdc9fb33a4c3096, en de alinea staat in dat document op bytes 16282 tot 17096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4f3fa1150636f71e0e5e9b39f30813dd0ca06b2db1a98cffbdc9fb33a4c3096 | shasum -a 256