Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 16 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1945.

Het in art. 273f, eerste lid, (oud) Sr voorkomende bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de (niet limitatieve) opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten. Deze bepaling doelt op een verscheidenheid aan moderne vormen van slavernij. De vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van 'uitbuiting' in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt in een geval als het onderhavige onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f16b5ed20fd825a5f1059cf228326d1373def3fa72f21337a967c9e72c37c0b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f16b5ed20fd825a5f1059cf228326d1373def3fa72f21337a967c9e72c37c0b7, en de alinea staat in dat document op bytes 17649 tot 18644.