Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 16 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1945.

[verdachte] betaalde tot en met mei 2008 het met [D] ter zake van de detachering van [betrokkene 4] overeengekomen bedrag maandelijks aan [D] . Dit bureau stortte het salaris van [betrokkene 4] met ingang van 29 april 2008 op diens rekening. [D] heeft betalingen aan [betrokkene 4] verricht tot en met 30 november 2009 met betrekking tot het salaris over de periode van januari 2008 tot en met november 2009. [betrokkene 4] had echter, doordat hij niet over zijn bankpas en pincode beschikte, zelf geen toegang tot zijn bankrekening en kon aldus niet over dit salaris beschikken. Hij ontving van [verdachte] contant € 100,- per maand als 'zakgeld'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f16b5ed20fd825a5f1059cf228326d1373def3fa72f21337a967c9e72c37c0b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f16b5ed20fd825a5f1059cf228326d1373def3fa72f21337a967c9e72c37c0b7, en de alinea staat in dat document op bytes 28027 tot 28704.