Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2018

Onder 2.4.2. Hoge Raad 16 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1957.

Indien zich niet het geval voordoet dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is geoordeeld, dient de rechter een afweging te maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen. Het gaat daarbij om het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn in art. 6, derde lid onder c, EVRM gewaarborgde aanwezigheidsrecht - waaronder het recht om zich in zijn afwezigheid ter terechtzitting door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde raadsman te doen verdedigen - en, kort gezegd, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting. Van deze afweging, waarbij de aan het verzoek tot aanhouding ten grondslag gelegde gronden moeten worden betrokken, dient de rechter in geval van afwijzing van het verzoek blijk te geven in de motivering van zijn beslissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39bf78798c14abb889a6e7ea6296b0e99cf124d8dc75bada57d0a8635bf89fbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39bf78798c14abb889a6e7ea6296b0e99cf124d8dc75bada57d0a8635bf89fbe, en de alinea staat in dat document op bytes 13385 tot 14298.