Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2018
Onder 4.2.2. Hoge Raad 16 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1960.
In art. 98, eerste lid, Sv is evenwel bepaald dat bij personen met bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in art. 218 Sv brieven of andere geschriften tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt, tenzij met hun toestemming, niet kunnen worden inbeslaggenomen. De rechter-commissaris is bevoegd ter zake te beslissen. Ook bij de vastlegging van gegevens op de voet van art. 125i Sv, waarin art. 98 Sv van overeenkomstige toepassing is verklaard, geldt dat het verschoningsrecht op gelijke wijze moet worden gerespecteerd. Daarbij doet niet ter zake of de desbetreffende stukken en/of gegevens zich bij de verschoningsgerechtigde zelf of bij diens cliënt bevinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afa6948c78d47f7cd76b820b0edb64448cfec46e89642a7c7e607f36897f7a96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afa6948c78d47f7cd76b820b0edb64448cfec46e89642a7c7e607f36897f7a96, en de alinea staat in dat document op bytes 17013 tot 17700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/afa6948c78d47f7cd76b820b0edb64448cfec46e89642a7c7e607f36897f7a96 | shasum -a 256