Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2018
Onder 2.5.3. Hoge Raad 19 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1966.
De omstandigheid dat een prestatie onder bezwarende titel wordt verricht, volstaat echter niet om vast te stellen dat die prestatie deel uitmaakt van een economische activiteit als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Zesde richtlijn (geldend tot en met 31 december 2006) onderscheidenlijk - vanaf 1 januari 2007 – artikel 9, lid 1, eerste alinea , van BTW‑richtlijn 2006 (vgl. HvJ 12 mei 2016, Gemeente Borssele, C-520/14, ECLI:EU:C:2016:334, punt 28) waarvoor de betrokkene als belastingplichtige wordt beschouwd en dus ook als ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet OB. Daarvoor is vereist dat de daartoe behorende werkzaamheden duurzaam zijn, dat daarvoor vergoedingen worden betaald aan de persoon die deze verricht en dat deze naar hun aard door marktdeelnemers kunnen worden verricht (vgl. HvJ 13 december 2007, Franz Götz, C-408/06, ECLI:EU:C:2007:789, punt 18, en HvJ 26 juni 2007, T-Mobile Austria e.a., C‑284/04, ECLI:EU:C:2007:381, punt 43).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc0567001c1e220d1bf16f5129e7f9d0921bc747e1b35b78581e2f8ab0eb149. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc0567001c1e220d1bf16f5129e7f9d0921bc747e1b35b78581e2f8ab0eb149, en de alinea staat in dat document op bytes 13818 tot 14830.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfc0567001c1e220d1bf16f5129e7f9d0921bc747e1b35b78581e2f8ab0eb149 | shasum -a 256