Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2018

Onder 2.3. Hoge Raad 19 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1968.

Bij de beantwoording van de vraag of het onthouden van een zodanig voordelig element van de fiscale-eenheidsregeling in grensoverschrijdende situaties een inbreuk oplevert op de door artikel 43 EG gewaarborgde vrijheid van vestiging, moet een vergelijking worden gemaakt tussen enerzijds een ingezeten moedervennootschap met een ingezeten dochtervennootschap, die een fiscale eenheid kunnen vormen, en anderzijds een ingezeten moedervennootschap met een niet-ingezeten dochtervennootschap, die deze mogelijkheid niet hebben. Die situaties zijn, bezien vanuit de doelstellingen van de fiscale-eenheidsregeling, objectief vergelijkbaar (zie het hiervoor in onderdeel 1 vermelde arrest van het Hof van Justitie van 22 februari 2018, X B.V. en X N.V., C-398/16 en C-399/16, ECLI:EU:C:2018:110 (hierna: het arrest van 22 februari 2018), punten 30 en 36).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b219cd2d6d2e7ddc44a951c48caed64eb10c0aa1dc630f5b4b4cfebbd4b669d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b219cd2d6d2e7ddc44a951c48caed64eb10c0aa1dc630f5b4b4cfebbd4b669d, en de alinea staat in dat document op bytes 9021 tot 9883.