Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2018
Onder 5.1.7 Hoge Raad 19 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1972.
Zoals de onderhavige zaak illustreert, kan het zich evenwel voordoen dat over de art. 50-vordering nog niet onherroepelijk is beslist op het moment waarop de art. 55-vordering wordt ingesteld, terwijl ten aanzien van eerstgenoemde vordering reeds, in cassatie niet of tevergeefs bestreden, beslissingen zijn gegeven en ten aanzien van laatstgenoemde vordering niet. Aangezien de waardevermeerdering als gevolg van de opheffing van het bouwverbod rechtstreeks van invloed is op de schade die als gevolg van de oplegging van het bouwverbod is geleden (zie ook het verwijzingsarrest, rov. 6.6.4), dient de rechter die moet beslissen over de art. 50-vordering dan acht te kunnen slaan op feiten en omstandigheden die in het debat over de art. 55-vordering een rol spelen, zonder daarin te worden beperkt door de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efab347b22140dd937bd9184697946b28d7a569bffa7c9bc03e0b29e95e459c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efab347b22140dd937bd9184697946b28d7a569bffa7c9bc03e0b29e95e459c1, en de alinea staat in dat document op bytes 34350 tot 35226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efab347b22140dd937bd9184697946b28d7a569bffa7c9bc03e0b29e95e459c1 | shasum -a 256