Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2018

Onder 5.2.3 Hoge Raad 19 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1972.

Voorts klaagt het onderdeel dat het hof heeft miskend dat art. 55 (oud) LVW (enkel) recht geeft op vergoeding van de waardevermeerdering van het terrein als gevolg van opheffing van het bouwverbod. Deze klacht faalt. Noch de tekst van art. 55 (oud) LVW, noch zijn totstandkomingsgeschiedenis geeft aanleiding tot deze beperkte opvatting. In de wettekst wordt de vordering van de exploitant gekoppeld aan “de waardevermeerdering welke voor deze onroerende zaken ten aanzien van deze personen [Hoge Raad: de rechthebbenden van de terreinen] uit deze opheffing voortvloeit”, en is de vordering gelimiteerd tot “ten hoogste het bedrag, dat bij de oplegging van het verbod als schadevergoeding werd toegekend”. De vordering is dus niet gelimiteerd tot het bedrag dat (slechts) ter zake van de waardevermindering van de terreinen is toegekend. Nu de schadeloosstelling waarop art. 50 (oud) LVW recht geeft niet beperkt is tot een vergoeding van de waardevermindering van de desbetreffende terreinen maar mede bijkomende schadeposten kan omvatten, brengt de samenhang met art. 55 (oud) LVW mee dat ook de vergoeding in verband met de opheffing van het verbod betrekking kan hebben op (ongedaanmaking van de vergoeding voor) andere schadeposten, voor zover die schadeposten door de opheffing weer teniet zijn gedaan. Dat strookt ook met de uit de parlementaire geschiedenis van art. 55 (oud) LVW blijkende bedoeling om onredelijke verrijking ten gevolge van de werking van art. 50 (oud) LVW tegen te gaan:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efab347b22140dd937bd9184697946b28d7a569bffa7c9bc03e0b29e95e459c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efab347b22140dd937bd9184697946b28d7a569bffa7c9bc03e0b29e95e459c1, en de alinea staat in dat document op bytes 41406 tot 42924.