Citaat | Hoge Raad 5 januari 2018
Onder 2.2. Hoge Raad 5 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:2.
Voor het Hof was in geschil het antwoord op de vraag of het verlies dat door belanghebbende op zijn aan [F] verstrekte geldlening is geleden, ten laste van zijn resultaat uit overige werkzaamheden kan worden gebracht. Het geding betrof – voor zover in cassatie nog van belang – in het bijzonder de vragen of de door belanghebbende aan [F] verstrekte geldlening kan worden aangemerkt als een deelnemerschapslening in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 11 maart 1998, nr. 32240, ECLI:NL:HR:1998:AA2453, BNB 1998/208 (hierna: het arrest BNB 1998/208), onderscheidenlijk als een onzakelijke lening in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2011, nr. 08/05323, ECLI:NL:HR:2011:BN3442, BNB 2012/37 (hierna: het arrest BNB 2012/37).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40, en de alinea staat in dat document op bytes 10766 tot 11532.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40 | shasum -a 256