Citaat | Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.3.3. Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:2.

Het Hof heeft ten slotte geoordeeld dat de door belanghebbende aan [F] verstrekte geldlening niet kan worden aangemerkt als een onzakelijke lening. Naar ’s Hofs oordeel kan de Hoge Raad met zijn in rechtsoverweging 3.3.3.1 van het arrest van 28 februari 2014, nr. 12/03526, ECLI:NL:HR:2014:417, BNB 2014/98 (hierna: het arrest BNB 2014/98), geformuleerde uitzonderingssituatie niet hebben bedoeld daaronder mede een geval als het onderhavige te scharen. Voor dat oordeel acht het Hof redengevend dat in het onderhavige geval de nieuw toe te treden minderheidsaandeelhouders – onder wie belanghebbende – daadwerkelijk gelden hebben verstrekt aan [F] terwijl de meerderheidsaandeelhouder – [H] – dat niet heeft gedaan. Het Hof acht de omstandigheid dat [H] in een eerder stadium wel daadwerkelijk gelden heeft verstrekt aan [F] in het onderhavige geval van geen belang, aangezien het zicht op terugbetaling van die eerder verstrekte gelden reeds minimaal was omdat die gelden door [F] zijn gebruikt voor de financiering van eerder geleden verliezen. Naar ’s Hofs oordeel zouden in een situatie als de onderhavige de nieuw toe te treden minderheidsaandeelhouders – onder wie belanghebbende – alleen dan aan [F] een geldlening verstrekken waarmee zij een debiteurenrisico lopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard, indien de bestaande meerderheidsaandeelhouder – [H] – opnieuw, naar evenredigheid van haar aandelenbelang, gelden verstrekt onder dezelfde voorwaarden. Aangezien deze situatie zich niet voordoet, is van de in het arrest BNB 2014/98 geformuleerde uitzonderingssituatie geen sprake, aldus het Hof. Hierdoor wordt, zo vervolgt het Hof, teruggevallen op de hoofdregel uit het arrest BNB 2014/98 , die inhoudt dat een onzakelijke lening zich niet voordoet in een geval waarin de verstrekking van de geldlening plaatsvindt door een belastingplichtige die voorafgaande aan de geldverstrekking nog niet aandeelhouder van de vennootschap was en in het kader van die verstrekking door toekenning van aandelen in de vennootschap of anderszins medegerechtigd wordt tot de winst van de vennootschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40, en de alinea staat in dat document op bytes 12470 tot 14650.