Citaat | Hoge Raad 5 januari 2018

Onder 2.4.2. Hoge Raad 5 januari 2018

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:2.

Voor de beantwoording van de vraag of in de fiscale sfeer een geldverstrekking als een geldlening dan wel als een kapitaalverstrekking heeft te gelden, is als regel de civielrechtelijke vorm beslissend. Deze regel lijdt uitzondering indien de lening wordt verstrekt onder zodanige voorwaarden dat de schuldeiser met het door hem uitgeleende bedrag in zekere mate deel heeft in de onderneming van de schuldenaar. Aan deze voorwaarden is slechts voldaan indien de vergoeding voor de geldverstrekking afhankelijk is van de winst, de schuld is achtergesteld bij alle concurrente schuldeisers en de schuld geen vaste looptijd heeft doch slechts opeisbaar is bij faillissement, surséance van betaling of liquidatie (zie het arrest BNB 1998/208, rechtsoverweging 3.3). Voor het antwoord op de vraag of de schuld is achtergesteld bij alle concurrente schuldeisers, is bepalend hetgeen daaromtrent is overeengekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40, en de alinea staat in dat document op bytes 15500 tot 16422.