Citaat | Hoge Raad 5 januari 2018
Onder 2.5.2. Hoge Raad 5 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:2.
Een onzakelijke lening in de zin van het arrest BNB 2012/37 doet zich in beginsel niet voor in een geval waarin de verstrekking van de geldlening plaatsvindt door een belastingplichtige die voorafgaande aan de geldverstrekking nog niet aandeelhouder van de vennootschap was en in het kader van die verstrekking door toekenning van aandelen in de vennootschap of anderszins medegerechtigd wordt tot de winst van de vennootschap. Alsdan is het aandeelhouderschap een hoedanigheid die voortvloeit uit de verstrekking van de lening (vgl. HR 3 mei 2013, nr. 12/04193, ECLI:NL:HR:2013:BZ9156, BNB 2013/171). Er kunnen zich uitzonderingssituaties voordoen waarin deze conclusie niet gerechtvaardigd is. Dat is in het bijzonder het geval indien na het verstrekken van de geldlening en de daarop volgende toekenning van aandelen aan de geldleningverstrekker een situatie ontstaat waarin alle aandeelhouders min of meer in verhouding tot hun aandelenbelang geldleningen aan de vennootschap verstrekken met welke geldleningen een debiteurenrisico wordt gelopen dat door een onafhankelijke derde onder de gegeven omstandigheden niet zou zijn aanvaard (vgl. het arrest BNB 2014/98, rechtsoverweging 3.3.3.1).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40, en de alinea staat in dat document op bytes 19085 tot 20294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40 | shasum -a 256