Citaat | Hoge Raad 5 januari 2018
Onder 2.5.3. Hoge Raad 5 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:2.
Het hiervoor in 2.5.2 overwogene in aanmerking genomen, geven ’s Hofs hiervoor in 2.3.3 omschreven oordelen niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Anders dan het middel betoogt, kan de onderhavige situatie niet op één lijn worden gesteld met de in het arrest BNB 2014/98 geformuleerde uitzonderingssituatie. Tegenover de verkrijging van hun vorderingen uit geldlening hebben de toe te treden minderheidsaandeelhouders – onder wie belanghebbende - immers geld aan de debiteur verstrekt, terwijl de meerderheidsaandeelhouder bij gelegenheid van die toetreding dat niet heeft gedaan. ’s Hofs oordelen zijn ook niet onbegrijpelijk. Middel II faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40, en de alinea staat in dat document op bytes 20368 tot 21049.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4108d5fab4cb1bacd46d41976fa1e0222d4b3305cb7929cbb996f18f3bc3ac40 | shasum -a 256