Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018
Onder 3.2.1 Hoge Raad 30 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2002.
In het actuele strafprocesrecht zijn de contouren van een grievenstelsel in de artikelen 410 en 416 Sv zichtbaar, maar de vrijblijvendheid daarvan doet afbreuk aan de doelmatigheid. De bepalingen zijn zelfs betekenisloos in de gevallen, dat alleen de verdachte appèl instelt en ter terechtzitting in hoger beroep niet verschijnt. Ik acht het alleszins redelijk, om van degene die in appèl komt, of dat nu het openbaar ministerie is of de verdachte, te vragen duidelijk te maken wat de bezwaren zijn tegen het vonnis. Met het karakter van appèl als voortgezette instantie verdraagt zich niet dat in appèl, zonder dat daarvoor goede redenen bestaan een min of meer nieuwe procedure wordt gestart. Van partijen mag in het bijzonder in hoger beroep een actieve proceshouding worden gevergd. Dat is uit een oogpunt van inzet van beperkte (overheids-)middelen en mensen rationeel, aangezien daardoor dubbel en nodeloos werk wordt voorkomen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/357c152d97d731d45dfae1a4ca23a413566147de3483a7bb39f97ebf0c8e7b23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 357c152d97d731d45dfae1a4ca23a413566147de3483a7bb39f97ebf0c8e7b23, en de alinea staat in dat document op bytes 17060 tot 18012.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/357c152d97d731d45dfae1a4ca23a413566147de3483a7bb39f97ebf0c8e7b23 | shasum -a 256