Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018
Onder 2.6. Hoge Raad 30 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2002.
Gelet hierop getuigt het oordeel van het Hof dat de door de Officier van Justitie in de schriftuur aangevoerde omstandigheid, te weten dat sprake is van - kort gezegd - verwevenheid van de strafzaken tegen de verdachte en tegen de medeverdachte vanwege de samenhang in waardering van verklaringen, duidelijk maakt wat de inzet van het hoger beroep is en derhalve een 'grief' in de zin van art. 410, eerste lid, Sv oplevert, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is evenmin onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/357c152d97d731d45dfae1a4ca23a413566147de3483a7bb39f97ebf0c8e7b23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 357c152d97d731d45dfae1a4ca23a413566147de3483a7bb39f97ebf0c8e7b23, en de alinea staat in dat document op bytes 19527 tot 20042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/357c152d97d731d45dfae1a4ca23a413566147de3483a7bb39f97ebf0c8e7b23 | shasum -a 256