Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018
Onder 2.3. Hoge Raad 30 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2020.
Indien zich niet het geval voordoet dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is geoordeeld, dient de rechter een afweging te maken tussen alle bij aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting betrokken belangen. Het gaat daarbij om het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn in art. 6, derde lid onder c, EVRM gewaarborgde aanwezigheidsrecht - waaronder het recht om zich in zijn afwezigheid ter terechtzitting door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde raadsman te doen verdedigen - en, kort gezegd, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting. Van deze afweging, waarbij de aan het verzoek tot aanhouding ten grondslag gelegde gronden moeten worden betrokken, dient de rechter in geval van afwijzing van het verzoek blijk te geven in de motivering van zijn beslissing. In cassatie kan die motivering slechts op haar begrijpelijkheid worden getoetst. (Vgl. HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1934.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04c6ce4def4441c1f8a6f33161fdc96caddc1c2caf99c97ed514120a3955555a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04c6ce4def4441c1f8a6f33161fdc96caddc1c2caf99c97ed514120a3955555a, en de alinea staat in dat document op bytes 12104 tot 13147.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04c6ce4def4441c1f8a6f33161fdc96caddc1c2caf99c97ed514120a3955555a | shasum -a 256