Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 30 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023.

In 1997 had ik in verband met een bouwproject behoefte aan een lening. Vanwege de economische crisis van 1996/1997 kon ik bij de banken geen lening krijgen. Ik heb toen in Besiktas van zo'n 50 woekeraars (tegen zeer hoge rente) in totaal ongeveer 7 à 8 miljoen Duitse Mark kunnen lenen. Dit geleende geld had ik nodig voor het bouwproject uit de brochure die u mij toont. Eén van die 50 personen was [betrokkene 8], van wie ik totaal zo'n 800.000 Mark in coupures van 600 en 200 had geleend. Ik had deze lening tegen een maandelijkse rente van 6% voor onbepaalde tijd gekregen en ik betaalde gedurende een jaar steeds maandelijks de afgesproken rente. [betrokkene 8] kwam zelf langs om het op te halen. Ik betaalde de rentebedragen altijd contant aan hem uit. Daarna kon ik de rentelasten niet meer betalen en op dat moment zei [betrokkene 8] mij dat het geleende geld niet van hem zelf was maar van [betrokkene 9]. Na een tijdje kwam [betrokkene 9] met een paar personen naar mij toe. Als onderpand voor mijn schulden heb ik in mei 1997 drie kadastrale aktes van mijn percelen grond overgedragen aan [betrokkene 9].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1, en de alinea staat in dat document op bytes 9422 tot 10553.