Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 30 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023.
Op deze wijze was het hoofdbedrag op 20-12-1997 gestegen tot 1.800.000 Duitse Mark. Toen ze daarna uit mijn omgeving vernamen en zelf zagen dat ik moeite had met betalen wilden ze het gehele hoofdbedrag en de rente opeens onder dwang van mij terug hebben. Ik had echter geen geld. Ze vonden de eigendomsaktes van de 3 percelen grond die ik als onderpand had gegeven niet voldoende en wilden ook nog het geld terug. Ik heb hen toen twintig appartementen waarop ik het appartementsrecht had in het complex Yasam Sitesi aangeboden. Hierover zijn we een aantal maal bij elkaar gekomen. Tijdens deze bijeenkomsten lieten ze me de persoon die zij "[betrokkene]" noemden via zijn zaktelefoon opbellen. Dit gesprek had plaats in het kantoor van [de advocaat] (het hof begrijpt: [de advocaat]), de advocaat van [betrokkene]. Toen ik aan de advocaat vroeg wie [betrokkene] was zei hij dat dat [betrokkene] was die zaken deed in Duitsland. Hierna heb ik hem in de telefoongesprekken altijd zo aangesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1, en de alinea staat in dat document op bytes 11655 tot 12663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1 | shasum -a 256