Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 30 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023.
Tijdens deze telefoongesprekken probeerde [betrokkene] me eerst op een vriendelijke manier te overtuigen om mijn schulden te betalen. Toen ik zei dat ik geen geld had begon hij mij zwaar te bedreigen. Op dreigende toon zei hij "Ik heb geld nodig. Ik laat in het Zuidoosten scholen bouwen en besteed daar veel geld aan liefdadigheid. Ik heb geen appartementen nodig." Als hij zo praatte, antwoordde ik hem alleen maar dat ik geen geld had en hem alleen maar de appartementen kon geven en vroeg hem steeds om hierin toe te stemmen. Hij bedreigde mij met te zeggen dat dit niet goed zou gaan, dat ik zo mijn vrouw en kinderen in gevaar bracht en hij in Turkije erg belangrijke vrienden had, dat hij zelfs op het allerhoogste niveau zijn mannetjes had, dat hij een sterke organisatie had, dat ik nergens naar toe zou kunnen vluchten. Ik maakte me dan ook zorgen over mezelf en mijn familie. Tijdens deze telefoongesprekken met [betrokkene] waren bij mij steeds [de advocaat] de advocaat, zijn familie [betrokkene 9] en twee kaalgeschoren, potige personen van wie ik de naam niet kende aanwezig. Deze personen keken mij bij deze gelegenheden vernietigend en dreigend aan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1, en de alinea staat in dat document op bytes 12675 tot 13854.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1 | shasum -a 256