Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018

Onder 2.2.4. Hoge Raad 30 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023.

Over de persoon van verdachte zijn enkele bijzonderheden bekend geworden. Hij is buiten Nederland eerder veroordeeld wegens drugsdelicten, hij is sterk internationaal georiënteerd, ook in zijn privéleven, maar de banden met Turkije, althans met de Turkse overheid, lijken verbroken. Turkije heeft om uitlevering gevraagd en de uitlevering is toelaatbaar geacht, maar niet geëffectueerd omdat schending van mensenrechten niet uitgesloten kon worden. De verdachte, die aldus is beschermd, heeft er zelf - met schijnbaar groot gemak - niet voor teruggedeinsd rechten van anderen, inclusief het universele recht op leven, te schenden. In enkele zaken gaat het om afrekening en vergelding binnen de drugswereld, maar in de zogenaamde Kentuckyzaak werden zonder bedenkingen mensen die geheel buiten die kring vallen als slachtoffer aangewezen. Hieruit blijkt dat verdachte levens van anderen van generlei waarde acht.'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1, en de alinea staat in dat document op bytes 31089 tot 32017.