Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018

Onder 2.4.2. Hoge Raad 30 oktober 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023.

In de strafprocedure geldt dat de verdediging op grond van art. 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM het recht heeft op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om getuigen in enig stadium van het geding daadwerkelijk te (doen) ondervragen. Indien voor de verdediging geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft bestaan om een getuige te (doen) ondervragen, kan het gebruik van een door die getuige afgelegde verklaring in de strafzaak in strijd komen met art. 6 EVRM. (Vgl. HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015, NJ 2017/440.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1, en de alinea staat in dat document op bytes 34902 tot 35450.