Citaat | Hoge Raad 30 oktober 2018
Onder 2.5.2. Hoge Raad 30 oktober 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2023.
Blijkens zijn hiervoor onder 2.2.3 weergegeven overwegingen heeft het Hof die aanwijzingen ontleend aan verklaringen van [betrokkene 3] en in dat verband vastgesteld dat de verdediging [betrokkene 3] zowel mondeling als schriftelijk daadwerkelijk vragen heeft kunnen stellen en ook heeft gesteld. Het daarop gebaseerde oordeel van het Hof dat een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging van de getuige niet heeft ontbroken en dat de verklaringen van [betrokkene 3], zonder schending van de aan de betrokkene op grond van art. 6 EVRM toekomende verdedigingsrechten, kunnen worden betrokken bij de vaststelling van een door de betrokkene begaan soortgelijk strafbaar feit als bedoeld in art. 36e, tweede lid (oud), Sr en de schatting van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel, getuigt - gelet op hetgeen onder 2.4 is vooropgesteld - niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1, en de alinea staat in dat document op bytes 37717 tot 38665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fde080ffa663274578fce2f04402a1d87d05ce2dee6c788ac16fd1bdc9e68dd1 | shasum -a 256