Citaat | Hoge Raad 23 november 2018
Onder 3.3.1 Hoge Raad 23 november 2018
Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2047.
Het oordeel dat in de gegeven uitzonderlijke omstandigheden van het geval niet van [verweerder] mocht worden verwacht dat hij een rechtsvordering tegen [eiser] zou instellen of de verjaring zou stuiten, is volgens onderdeel 1.2 bovendien onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd, nu de omstandigheden die het hof daaraan in rov. 6.30-6.32 ten grondslag legt, dit oordeel noch afzonderlijk noch gezamenlijk kunnen dragen, mede gelet op de in acht te nemen terughoudendheid bij de toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid en mede gelet op de omstandigheid dat [verweerder] volgens het hof in 2004 in staat was een vordering jegens [eiser] in te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a44ccf24577d01a88b1e1ac962e123a839fdceee0552352828ee76fa8319f59f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a44ccf24577d01a88b1e1ac962e123a839fdceee0552352828ee76fa8319f59f, en de alinea staat in dat document op bytes 28657 tot 29354.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a44ccf24577d01a88b1e1ac962e123a839fdceee0552352828ee76fa8319f59f | shasum -a 256