Citaat | Hoge Raad 13 november 2018
Onder 2.4. Hoge Raad 13 november 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2093.
Het Hof heeft geoordeeld dat de door de verdachte gepleegde poging tot zware mishandeling niet kan worden aangemerkt als een onmiddellijk gevolg van een door de daaraan voorafgaande aanranding veroorzaakte hevige gemoedsbeweging. Dat oordeel getuigt, gelet op het hiervoor onder 2.3 overwogene, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat met betrekking tot de hevige gemoedsbeweging niet meer is gesteld dan dat de verdachte in hevige paniek en stress is geraakt terwijl het Hof heeft vastgesteld dat het slachtoffer reeds roerloos op de grond lag en als bewijsmiddel 1 onder meer als verklaring van de verdachte heeft gebezigd: "Ik heb de armen waarmee hij zijn gezicht bedekte weggehaald om hem beter te raken. Het was mijn bedoeling om hem met die vuistslagen blijvend buiten gevecht te stellen en uit te schakelen. Ik wilde voorkomen dat hij nog achter mij aan kon gaan. Ik wilde hem die kans niet geven. Na de eerste klap is hij blijven liggen. Ik heb veel letsel bij hem aangericht. Ik ben wreed op hem los gegaan."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcab8e801c7197a40e37d82ad91f91408a374e682fc843fa6a098814dd39b065. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcab8e801c7197a40e37d82ad91f91408a374e682fc843fa6a098814dd39b065, en de alinea staat in dat document op bytes 26216 tot 27309.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcab8e801c7197a40e37d82ad91f91408a374e682fc843fa6a098814dd39b065 | shasum -a 256