Citaat | Hoge Raad 13 november 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2094.

Vervolgens hoorde ik [verdachte] zeggen dat hij mij af wilde maken, of woorden van gelijke strekking. Ik weet zeker dat dit voor ons beiden bedoeld was. Ik zag dat [verdachte] ons aankeek. Ik zag dat hij de bijl nog ter hoogte van zijn schouder had en deze in de richting van ons wees. Hierop pakte [betrokkene 1] een plank bij mij uit de tuin. Dit is de plank welke afkomstig is van het hek dat door [verdachte] vernield is. [betrokkene 1] liep naar [verdachte] om te zeggen: "Laten we het als mannen op straat uitvechten". Hierop volgend gaf [verdachte] de eerste klap met de bijl op de rechterarm van [betrokkene 1] . [betrokkene 1] sloeg direct terug met de plank. [verdachte] werd toen geraakt op zijn schouderblad. Vervolgens is [betrokkene 1] weer weggerend en ging [verdachte] erachteraan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c2dd2ff3771f91bf7d89ec619edb79bd8f0bb5d516ba10f7ea65011af8f466d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c2dd2ff3771f91bf7d89ec619edb79bd8f0bb5d516ba10f7ea65011af8f466d, en de alinea staat in dat document op bytes 12281 tot 13091.