Citaat | Hoge Raad 13 november 2018
Onder 2.4. Hoge Raad 13 november 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2094.
Het Hof heeft geoordeeld dat het gebonk op de ramen en het geschreeuw van [betrokkene 1] geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding oplevert (en ook geen reële dreiging daarvan), waartegen de verdachte zich zou moeten verdedigen. Gelet op wat namens de verdachte is aangevoerd ter onderbouwing van de aanranding - waarvan het Hof de juistheid deels in het midden heeft gelaten - is dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk. Voor zover het Hof daarnaast aan de verwerping van het verweer ten grondslag heeft gelegd dat voor de verdachte geen noodzaak tot verdediging bestond omdat de verdachte ook een andere keuze had kunnen maken, bijvoorbeeld de politie bellen, is dat oordeel niet toereikend gemotiveerd, nu het Hof niet heeft doen blijken te hebben onderzocht of dit van de verdachte ook kon worden gevergd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c2dd2ff3771f91bf7d89ec619edb79bd8f0bb5d516ba10f7ea65011af8f466d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c2dd2ff3771f91bf7d89ec619edb79bd8f0bb5d516ba10f7ea65011af8f466d, en de alinea staat in dat document op bytes 23343 tot 24175.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1c2dd2ff3771f91bf7d89ec619edb79bd8f0bb5d516ba10f7ea65011af8f466d | shasum -a 256