Citaat | Hoge Raad 30 november 2018

Onder 2.3.5. Hoge Raad 30 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2110.

In deze zaak is niet gesteld dat de onroerende zaken zijn ondergebracht in Holding of Vastgoed teneinde de heffing van overdrachtsbelasting te ontgaan. Verder ligt in de vaststellingen van het Hof besloten dat belanghebbende na de verkrijging van de aandelen de onderneming voortzet wat de bedrijfsvoering betreft. Dan is er, gelet op de hiervoor in 2.3.2 vermelde omstandigheden, geen rechtvaardiging om de strekking van de vrijstelling van artikel 15, lid 1, aanhef en letter b, WBR te kort te doen door die vrijstelling aan belanghebbende te onthouden. Anders dan het middel kennelijk tot uitgangspunt neemt, behoefde het Hof in de omstandigheid dat de onderneming in dit geval wordt gedreven in de vorm van een besloten vennootschap geen verhindering te zien om te oordelen dat de zoon heeft voldaan aan het voortzettingsvereiste van artikel 15, lid 1, aanhef en letter b, WBR.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b08ecfc625727f566f8f890adb716cdd6702cd974b0d0bc27757d1f8085cc0e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b08ecfc625727f566f8f890adb716cdd6702cd974b0d0bc27757d1f8085cc0e9, en de alinea staat in dat document op bytes 12298 tot 13192.