Citaat | Hoge Raad 20 november 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 20 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2146.

Op zondag 27 april was ik in de discotheek Luxor te Arnhem. Het was daar erg druk. Plotseling werd ik zonder enige aanleiding met een vuist in mijn gezicht geslagen. Ik zag dat dit werd gedaan door een getinte man met een baard. Ik duwde die man vervolgens van mij weg. Direct daarop werd ik aangevallen door vijf mannen. Ik werd geslagen en geschopt waardoor ik op de grond viel. Ik voelde dat ik terwijl ik op de grond lag meerdere malen tegen mijn lichaam werd geschopt en geslagen. Ik ondervond veel pijn van die mishandeling. Ik heb nu nog steeds heel veel pijn in mijn lichaam. Ik heb in het verleden al eens mijn kaak op twee plaatsen gebroken en nu voel ik weer veel pijn in mijn kaken. Ik heb niet kunnen zien wie wat deed. Ik heb alleen maar gezien dat ik door vijf mannen werd geslagen en geschopt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddf7cd3436981466bbb1a48fadd152d5d740187af753c05251fc431450a0cb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddf7cd3436981466bbb1a48fadd152d5d740187af753c05251fc431450a0cb6, en de alinea staat in dat document op bytes 7738 tot 8560.