Citaat | Hoge Raad 20 november 2018

Onder 2.2.2. Hoge Raad 20 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 20 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2146.

Op zondag 27 april 2014, omstreeks 03.50 uur, was ik werkzaam als portier bij horecagelegenheid Luxor, aan Willemsplein 10 te Arnhem en stond bij de hoofdentree. Ik zag dat rechts van de hoofdentree, links van mij, een voor mij onbekend persoon stond. Ik had gezien dat hij vijf minuten daarvoor horecagelegenheid Luxor was uitgelopen. Op een gegeven moment zag ik voor mij vier onbekende personen uit komen lopen. Ik zag dat deze vier personen rechtstreeks naar de jongen liepen, die rustig buiten stond. Ik zag vervolgens dat alle vier personen deze jongen met kracht sloegen en schopten. Ik zag daarna dat de jongen naar de grond ging. Ik liep samen met [betrokkene 2] , ook portier, naar de jongens toe en trokken ze uit elkaar. Kort hierna was de politie ter plaatse en hebben de jongens uit elkaar gehaald. De jongen die uiteindelijk aangifte heeft gedaan van dit incident is de jongen die in elkaar was geslagen. Van de vier personen die geslagen hebben zijn er drie aangehouden. Dit zijn de juiste personen. Ze hebben allemaal met kracht geslagen en geschopt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddf7cd3436981466bbb1a48fadd152d5d740187af753c05251fc431450a0cb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddf7cd3436981466bbb1a48fadd152d5d740187af753c05251fc431450a0cb6, en de alinea staat in dat document op bytes 15193 tot 16273.