Citaat | Hoge Raad 23 november 2018

Onder 3 Hoge Raad 23 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2160.

De afspraken kunnen, zo is in juni 2004 ook vastgelegd, op overeenkomstige wijze worden toegepast indien het instellen van een vordering dóór de Staat der Nederlanden wordt overwogen. Ook is er rekening mee gehouden dat in uitzonderlijke gevallen het instellen van een vordering dóór een rechter op overeenkomstige wijze kan worden behandeld. Voor de laatstbedoelde gevallen is als extra procedurele waarborg vastgelegd dat dan een lid van het betrokken gerechtsbestuur, niet zijnde de direct betrokken persoon, het verloop van de zaak van zeer nabij volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29, en de alinea staat in dat document op bytes 11124 tot 11698.