Citaat | Hoge Raad 23 november 2018

Onder 3 Hoge Raad 23 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2160.

3.2.3 Voor zover thans van belang, heeft het hof hieraan het volgende ten grondslag gelegd. In rov. 6.45 heeft het hof allereerst overwogen dat er geen aanwijzing is dat de Staat (het gerechtsbestuur/de Raad) in 2004, bij het begin van de procedure van [A] tegen [verweerder] , wist dat [A] loog, en heeft het mede op die grond geoordeeld dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld door de proceskosten van [A] voor zijn rekening te nemen. Vervolgens heeft het hof in rov. 6.49 met betrekking tot de onrechtmatig geoordeelde passage in de brief als volgt overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29, en de alinea staat in dat document op bytes 16818 tot 17400.