Citaat | Hoge Raad 23 november 2018

Onder 4.2 Hoge Raad 23 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2160.

Deze klacht faalt. Het hof heeft aan zijn oordeel dat het de Raad in mei 2006 inmiddels duidelijk had moeten zijn dat niet meer onverkort kon worden uitgegaan van hetgeen [A] verklaarde over het door [verweerder] gestelde telefonische contact, mede ten grondslag gelegd dat [verweerder] in de procedure die [A] tegen hem had aangespannen, stellig beweerde dat [A] in december 1994 wel gebeld had. Het hof doelt daarmee klaarblijkelijk op de omstandigheid dat [verweerder] in die procedure een gedetailleerde beschrijving van de door hem gestelde gang van zaken had gegeven (die in 2004 nog niet bij de Raad bekend was), en dat de rechtbank [verweerder] tot het bewijs daarvan had toegelaten. In het licht daarvan is het oordeel dat de Raad in mei 2006 niet meer onverkort kon uitgaan van de juistheid van hetgeen [A] verklaarde niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29, en de alinea staat in dat document op bytes 21018 tot 21879.