Citaat | Hoge Raad 23 november 2018
Onder 4.3.1 Hoge Raad 23 november 2018
Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2160.
Onderdeel 1b klaagt onder meer dat onbegrijpelijk is dat het hof de in de brief besloten liggende beschuldiging heeft gekwalificeerd als “vooralsnog onvoldoende gefundeerd”. Mede gelet op hetgeen hiervoor in 4.2 is overwogen, faalt deze klacht. De in de brief besloten liggende beschuldiging aan het adres van [verweerder] is immers uitdrukkelijk gepresenteerd als het eigen standpunt van de Raad, hoewel het ten tijde van het schrijven van die brief ging om het woord van de een ( [A] ) tegenover het woord van de ander ( [verweerder] ). Dat het hof de – eigen – kwalificatie van de Raad dat het handelen van [verweerder] “niet door de beugel kan” onder deze omstandigheden als voorshands onvoldoende gefundeerd heeft geoordeeld, is niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29, en de alinea staat in dat document op bytes 21948 tot 22727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29 | shasum -a 256