Citaat | Hoge Raad 23 november 2018

Onder 4.3.2 Hoge Raad 23 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2160.

Onderdeel 1b betoogt verder dat het hof door te overwegen dat de in de brief besloten liggende beschuldiging “later ook onjuist is gebleken”, heeft miskend dat de vraag of (onderdelen van) de brief van 3 mei 2006 een onrechtmatige daad jegens [verweerder] inhouden, dient te worden beantwoord op basis van de kennis die de Staat ten tijde van de publicatie van deze brief bezat. Indien het hof dit niet heeft miskend, is zijn oordeel onbegrijpelijk. Daarbij is volgens het onderdeel van belang dat de passage in de brief onmiskenbaar betrekking had op de ernstige aantijgingen van [verweerder] dat [A] in de Chipsholzaak als rechter niet onafhankelijk en onpartijdig zou zijn geweest, en dat dit laatste ook na de brief van 3 mei 2006 door geen enkele rechter is vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc9fba73c050d10defb697e51890ba762c0e590155f6684ffbb9aab023037c29, en de alinea staat in dat document op bytes 22818 tot 23610.