Citaat | Hoge Raad 23 november 2018
Onder 3.4. Hoge Raad 23 november 2018
Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2175.
Indien een ondernemer, al dan niet in het kader van de staking van zijn onderneming, de door hem opgebouwde FOR wil benutten voor zijn oudedagsvoorziening en daarvoor een lijfrente aankoopt, zijn de voor die lijfrente betaalde premies aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen (artikel 3.128 Wet IB 2001). De door hem gevormde FOR neemt op grond van artikel 3.70, lid 1, van de Wet IB 2001 af met het bedrag van de premies voor lijfrenten die hij in een kalenderjaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking heeft genomen. Het bedrag waarmee de FOR in dat verband afneemt, wordt dan in de winst opgenomen (artikel 3.70, lid 2, Wet IB 2001). Dat leidt tot heffing van de inkomensafhankelijke bijdrage doordat voor het bijdrage-inkomen wordt uitgegaan van de winst en met aftrek van uitgaven voor inkomensvoorzieningen geen rekening wordt gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/239b0c7521ea8a32459ffbc6956eb34d0f388143b70e88e25b7914e92066467e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 239b0c7521ea8a32459ffbc6956eb34d0f388143b70e88e25b7914e92066467e, en de alinea staat in dat document op bytes 12861 tot 13743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/239b0c7521ea8a32459ffbc6956eb34d0f388143b70e88e25b7914e92066467e | shasum -a 256