Citaat | Hoge Raad 23 november 2018

Onder 3.4.2 Hoge Raad 23 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2189.

De hiervoor in 3.4.1 vermelde beslissing van het arrest Amro Bank/THB komt erop neer dat voor de toepassing van art. 54 Fw de creditering van de rekening bij de bank die het gevolg is van een storting door een derde, wordt aangemerkt als – dan wel gelijkgesteld met – een schuldoverneming door de bank. Deze beslissing is mede gemotiveerd met het argument dat het girale betalingsverkeer aan banken geen uitzonderingspositie mag verschaffen in die zin, dat zij zich door middel van verrekening afzonderlijk zouden kunnen verhalen op hetgeen zij aan de schuldenaar schuldig zijn geworden in het zicht van diens faillissement of surseance van betaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41b7b1a8af5aaa0f30858ff9fe3b3b5022605c64d3369fbf3641dc72160ab0bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41b7b1a8af5aaa0f30858ff9fe3b3b5022605c64d3369fbf3641dc72160ab0bc, en de alinea staat in dat document op bytes 20066 tot 20733.