Citaat | Hoge Raad 27 november 2018
Onder 2.5.2. Hoge Raad 27 november 2018
Een alinea uit Hoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2193.
Op het niet-naleven van het voorschrift van art. 273, tweede lid, Sv dat bij aanvang van het onderzoek ter terechtzitting de voorzitter de verdachte mededeelt dat de verdachte niet verplicht is tot antwoorden, is in de wet niet uitdrukkelijk de nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting gesteld. Niettemin brengt de strekking van dat voorschrift mee dat het niet in acht nemen van die bepaling de nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gewezen uitspraak tot gevolg heeft, te weten in het geval dat de verdachte door het begane verzuim redelijkerwijs in zijn verdediging is geschaad. (Vgl. HR 13 oktober 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC3210.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10e686d54e678403c7b267ad861096bd9b71697e5c6165f5c8083eca2acc2f03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10e686d54e678403c7b267ad861096bd9b71697e5c6165f5c8083eca2acc2f03, en de alinea staat in dat document op bytes 13830 tot 14506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10e686d54e678403c7b267ad861096bd9b71697e5c6165f5c8083eca2acc2f03 | shasum -a 256