Citaat | Hoge Raad 30 november 2018

Onder 2.4.3. Hoge Raad 30 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2198.

Het middel faalt ook voor het overige. Belanghebbende behoort tot de hiervoor vermelde beperkte groep managers van [H] en heeft door deelname aan de PSL een vordering op [F] verkregen tegen een vergoeding die, zoals hiervoor in 2.1.3 vermeld, afhankelijk is van de winst van [H] en kan oplopen tot 50 percent van die winst. Het oordeel van het Hof dat daaruit kan worden afgeleid dat er sprake is van een vordering als bedoeld in artikel 3.92b, lid 3, Wet IB 2001, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. In dat oordeel ligt besloten dat geen sprake is geweest van verkrijging van een vermogensrecht onder zakelijke voorwaarden en ten tijde van het aanbod tot deelname aan de PSL vaststond dat de aan de desbetreffende managers geboden vergoeding het karakter had van een beloning voor hun werkzaamheden bij [H] . Hetgeen belanghebbende heeft gesteld met betrekking tot de voor de certificaten betaalde prijs kan niet tot een ander oordeel leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e00b7ffdae4a7bf88349104c2ce35a45e5b7d1180c52abe0c0273c649bab497. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e00b7ffdae4a7bf88349104c2ce35a45e5b7d1180c52abe0c0273c649bab497, en de alinea staat in dat document op bytes 16119 tot 17086.