Citaat | Hoge Raad 30 november 2018
Onder 2.2. Hoge Raad 30 november 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2200.
Voor het Hof was in geschil of de vrijstelling van artikel 15, lid 1, aanhef en letter b, WBR van toepassing is. Het Hof heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daarbij heeft het Hof overwogen dat de verkrijging in de omstandigheden van het onderhavige geval, mede gelet op de strekking van de doorkijkarresten (HR 23 februari 2007, nr. 41591, ECLI:NL:HR:2007:AU8559 en 10 juni 2011, nr. 10/00498, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580) en de structuur van de WBR dient te zijn vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De wetsfictie van artikel 4, lid 1, aanhef en letter a, WBR heeft geen verdere strekking dan te voorkomen dat door middel van het tussenschuiven van lichamen met een in aandelen verdeeld kapitaal de heffing van overdrachtsbelasting wordt ontgaan; daarmee is niet beoogd een daaraan tegenovergesteld resultaat te bereiken in een geval als dit, aldus het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fa46bbe46bcd5847f56c1b5ebad11b9bf0d2be22ca968ca4692e4d726bf96d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fa46bbe46bcd5847f56c1b5ebad11b9bf0d2be22ca968ca4692e4d726bf96d3, en de alinea staat in dat document op bytes 7100 tot 7971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fa46bbe46bcd5847f56c1b5ebad11b9bf0d2be22ca968ca4692e4d726bf96d3 | shasum -a 256