Citaat | Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 3.4.2 Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:221.
Anders dan in de zaak die aan de orde was in HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7594, NJ 2011/602, waarin partijen in parallelle procedures tegengestelde hoedanigheden hadden en de beslissingen in de (afzonderlijke) arresten van het hof niet geheel gelijk waren (in de ene zaak was het vonnis van de kantonrechter vernietigd, terwijl het hoger beroep tegen dat vonnis in de andere, aan de Hoge Raad voorgelegde zaak was verworpen), kan, gelet op hetgeen hiervoor in 3.4.1 is overwogen, in het onderhavige geval redelijkerwijs geen onzekerheid hebben bestaan over de omvang van het cassatieberoep. De incidentele vordering zal dan ook worden afgewezen en de Hoge Raad zal verstaan dat het cassatieberoep mede betrekking heeft op de zaak met nummer 200.002.104/02.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/036daade3c2abcd53dc49209265a49a6da204552bd6140f0192ed4725b286dca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 036daade3c2abcd53dc49209265a49a6da204552bd6140f0192ed4725b286dca, en de alinea staat in dat document op bytes 18792 tot 19583.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/036daade3c2abcd53dc49209265a49a6da204552bd6140f0192ed4725b286dca | shasum -a 256