Citaat | Hoge Raad 30 november 2018

Onder 3.4.2 Hoge Raad 30 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2216.

Het in art. 19 Rv neergelegde beginsel van hoor en wederhoor brengt mee dat het hof, nu het de eisvermeerdering van ING toestond, [eiser] in de gelegenheid had moeten stellen om zich uit te laten over de vermeerderde eis van ING. Daarbij is niet van belang of de eisvermeerdering van ING moet worden aangemerkt als een incidenteel appel op de grond dat ING wijziging beoogde te bewerkstelligen van het dictum van het vonnis van de kantonrechter. Anders dan het geval is in het kader van de beoordeling van de toelaatbaarheid van de eisvermeerdering van ING, is in verband met de toepassing van art. 19 Rv evenmin van belang dat die eisvermeerdering plaatsvond “onder handhaving van het feitensubstraat” en dat “de vordering is gebaseerd op hetzelfde feitencomplex”, zoals het hof in rov. 3.8 heeft overwogen. De omstandigheid dat ING haar vordering in eerste aanleg had beperkt tot een bedrag in hoofdsom van € 25.000,-- en haar eisvermeerdering uitsluitend een verhoging van dat bedrag inhield, laat onverlet dat [eiser] een gerechtvaardigd belang erbij kon hebben om zijn verweer naar aanleiding van die verhoging uit te werken of uit te breiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9603a5df9f7647581c68eff3d0b2120881c2bac4379aa24121584d5fa28a3681. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9603a5df9f7647581c68eff3d0b2120881c2bac4379aa24121584d5fa28a3681, en de alinea staat in dat document op bytes 15643 tot 16827.