Citaat | Hoge Raad 30 november 2018

Onder 3.2.2 Hoge Raad 30 november 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2221.

Het hof heeft – voor zover in cassatie van belang – het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De relevante overwegingen van het hof houden, kort weergegeven, het volgende in. In hoger beroep hebben [eisers] geconcretiseerd dat de grondslag van hun vordering primair is gelegen in de Geschillenregeling en subsidiair in onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking (rov. 3.1). De beslissing van de WIPO-geschillenbeslechter en de Geschillenregeling spelen geen rol bij de beoordeling van de vordering (rov. 4.7-4.14), om welke reden de vordering niet toewijsbaar is op de primaire grondslag (rov. 4.1-4.14). De subsidiaire grondslagen van hun vordering hebben [eisers] aldus toegelicht dat Karl Dungs onrechtmatig handelt althans ongerechtvaardigd wordt verrijkt indien zij de domeinnaam aan zich laat overdragen (rov. 5.1). Deze vorderingen zijn niet toewijsbaar zonder een merkenrechtelijke beoordeling die [eisers] niet wensen. Ten aanzien van dat laatste heeft het hof overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cedcae87a61000f88a359e9adb2533d8acb88095c5abc7ab7fbc01c4fc13d261. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cedcae87a61000f88a359e9adb2533d8acb88095c5abc7ab7fbc01c4fc13d261, en de alinea staat in dat document op bytes 11198 tot 12203.